Bij het einde van een franchiseovereenkomst spelen drie onderdelen: het concurrentiebeding (dat na het einde alleen geldt onder vijf wettelijke voorwaarden), wie het klantenbestand van de vestiging mag gebruiken en wat er met de inrichting gebeurt. Ook dit verdient dus aandacht voor je tekent. Deze pagina legt uit wat er dan speelt.
Wat er bij beëindiging gebeurt, staat al vast in de overeenkomst die je bij aanvang tekent, niet iets dat je pas achteraf uitonderhandelt.
Na het einde mag een beding je alleen beperken als het schriftelijk is, alleen gaat over producten of diensten die concurreren met die van je franchise, onmisbaar is om de knowhow te beschermen die je van de franchisegever kreeg, hoogstens een jaar duurt en niet ruimer is dan het gebied waarin jij de formule exploiteerde. Anders is het nietig.
De overeenkomst regelt wie na beëindiging het klantenbestand van de vestiging mag gebruiken en op welke manier.
Soms koopt de franchisegever de inventaris over, soms neem je die zelf mee. Dit staat vooraf vastgelegd in de overeenkomst.
Deze onderdelen horen bij de franchiseovereenkomst zelf en vallen onder de bescherming van de Wet franchise, dus lees ze net zo zorgvuldig als de rest van het contract.
Vergelijk zelf franchiseformules of lees eerst ons volledige franchise advies.